Alles wat jij als ouder moet weten over de eindexamens: slagingsregels uitgelegd
Het moment waarop u hoort dat uw zoon of dochter is geslaagd voor het eindexamen is vaak een spannend en emotioneel moment. Om dit goed te kunnen volgen, is het handig om te weten wat precies de regels zijn: wat zijn de slagingsnormen, hoe werken de kernvakregels en wat gebeurt er als er onvoldoendes worden gehaald? In deze blog leggen we het uit, zodat u precies weet wanneer uw kind geslaagd is.
Algemene slagingsregels voor het eindexamen
De regels voor slagen verschillen per niveau (VMBO, HAVO, VWO), maar er zijn een paar basisvoorwaarden die voor alle leerlingen gelden. Om te slagen, moet uw zoon of dochter aan vier belangrijke eisen voldoen. Het niet halen van één van deze eisen betekent dat hij of zij zakt.
Gemiddeld cijfer centrale examens
Voor alle niveaus geldt dat het gemiddelde van de centrale examens minimaal 5,5 moet zijn
Kernvakkenregel
-
VMBO: minimaal een 5 voor Nederlands.
-
HAVO en VWO: maximaal één 5 voor Nederlands, Engels of wiskunde. Haalt uw zoon of dochter voor meer dan één kernvak een onvoldoende, dan kan hij of zij niet slagen.
Aantal onvoldoendes
Maximaal twee onvoldoendes zijn toegestaan, bijvoorbeeld twee vijven, of één vier en één vijf. Deze moeten worden gecompenseerd met hogere cijfers voor andere vakken, zodat het gemiddelde van alle eindcijfers ten minste een 6 is.
Combinatiecijfer en lichamelijke opvoeding
Het combinatiecijfer (samenstelling van vakken zoals maatschappijleer, CKV en het profielwerkstuk) moet minimaal een 4 zijn. Daarnaast moet uw zoon of dochter voor lichamelijke opvoeding een voldoende behalen.
Slagingsregels voor VMBO
Voor leerlingen in de theoretische leerweg van het VMBO gelden deze specifieke regels:
Gemiddeld cijfer centrale examens: minimaal 5,5.
Eindcijfer Nederlands: minimaal een 5.
Eindcijfers voor alle vakken:
- Alle eindcijfers (inclusief combinatiecijfer) 6 of hoger, of;
- Eén 5 en de rest 6 of hoger, of;
- Eén 4, een 7 of hoger voor een ander vak, en de rest 6 of hoger, of;
- Twee keer een 5, een 7 of hoger voor een ander vak, en de rest 6 of hoger.
- Geen enkel eindcijfer mag lager zijn dan een 4, ook niet voor keuzevakken.
Kunstvakken I, CKV en lichamelijke opvoeding: minimaal een ‘voldoende’ of ‘goed’.
Profielwerkstuk: minimaal een ‘voldoende’ of ‘goed’.
Loopbaandossier: moet volledig afgerond zijn zoals vastgelegd in het PTA (Programma van Toetsing en Afsluiting). Dit dossier bevat informatie over de loopbaanoriëntatie en -ontwikkeling van uw zoon of dochter.